Dyslexie

“Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau” (Stichting Dyslexie Nederland 2008).

Om leesproblemen en dyslexie vroegtijdig te signaleren en vervolgens te behandelen hebben wij het “Protocol leesproblemen en dyslexie” ingevoerd.
Aan de hand van dit protocol wordt in groep 2 de risicoscreening afgenomen bij alle leerlingen. Kinderen die hierop uitvallen, krijgen een voorschotbenadering (alvast een voorschot op instructie in groep 3). Door tijdige signalering en interventie in de kleuterperiode kunnen bij veel leerlingen leesproblemen op latere leeftijd worden voorkomen, dan wel op tijd worden onderkend.

De kinderen in de groepen 3 en 4 worden op gezette tijden getoetst. Door vroegtijdig te signaleren kunnen leesproblemen adequaat behandeld worden. Kinderen krijgen dan extra hulp binnen de groep. Er wordt gewerkt met een handelingsplan om het kind weer op het gewenste niveau te krijgen.

Als blijkt dat de lees- en spellingproblemen zo complex en hardnekkig zijn dat er weinig of geen vooruitgang te bespeuren is, dan is er binnen school de mogelijkheid om een dyslexie- screeningtest (DST) af te nemen. Dit wordt gedaan door de RT-er of IB-er. Dyslectische kinderen en/of kinderen met dyslectische kenmerken worden begeleid door middel van een handelingsplan waarbij geoefend wordt op woordniveau en tekstniveau. De leesmotivatie van het kind is daarbij erg belangrijk. In de loop van de schoolloopbaan wordt gekeken of er aanpassingen of compenserende maatregelen nodig zijn voor het kind.
Te denken valt aan: meer tijd, waarnodig teksten vergroten en/of voorlezen, CITO Begrijpend Lezen voorlezen, “pre-teaching” teksten zaakvakken en gebruik maken van de computer.

In sommige gevallen komen ouders in aanmerking voor een onderzoek en behandeling van dyslexie. Deze regeling bestaat sinds 1 januari 2009 en wordt vergoed vanuit het basispakket van de ziektekosten. De leerling moet echter voldoen aan een aantal criteria:

  • De leerling moet geboren zijn op of na 1 januari 2000.
  • De leerling moet E scores hebben voor de Drie Minuten Toets (DMT) op drie opeenvolgende meetmomenten, of D en E scores op de Drie Minuten Toets én E score voor Spelling.
  • Als bij de leerling sprake is van een gediagnosticeerde ontwikkelingsstoornis (ADHD, Autisme e.d.) komen de ouders niet in aanmerking voor vergoeding.

De ouders vragen het dyslexieonderzoek aan. Zij zijn in principe vrij in de keuze van de diagnosticus en de behandelaar, waar zij hun kind aanmelden. Instituten die aangesloten zijn bij het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) werken met gecertificeerde diagnostici en behandelaars om zodoende de kwaliteit van de dyslexiezorg te waarborgen. Onderzoek en behandeling worden bij deze instituten door alle ziektekostenverzekeraars vergoed. In deze regio zijn dat:

  • het Dyslexie Centrum Twente (DCT)
  • het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID)
  • Braams en Partners.

Na aanmelding door de ouders levert de school het Leerling-dossier ‘Dyslexie’ aan. Hierin staan de toetsgegevens vermeld en staat beschreven welke begeleiding de leerling heeft gehad gedurende de interventieperiodes. Verder moeten hierin de resultaten van de extra begeleiding beschreven staan.
Na het onderzoek wordt door de diagnosticus bepaald of de leerling ook in aanmerking komt voor vergoede behandeling van dyslexie. Voor nadere vragen kunt u terecht bij de IB-er.

Indien in groep 7 en 8 een vermoeden van dyslexie bestaat kan een kind aangemeld worden bij het Coördinatiepunt Dyslexie, een samenwerkingsverband tussen Basisonderwijs en Voortgezet Onderwijs. Een onderzoeksbureau neemt dan aanvullende onderzoeken af. Uw kind komt dan mogelijk in aanmerking voor een dyslexieverklaring. Het voordeel van het onderzoek in groep 8 is dat kinderen, waarbij dyslexie geconstateerd is, met een verklaring naar het voortgezet onderwijs gaan en vanaf het begin goed begeleid kunnen worden. Deelname aan dit onderzoek gebeurt altijd in overleg met de ouders. Ouders zijn niet verplicht om hun kind deel te laten nemen.